Techniek in Nederland in de 20 Eeuw (TIN-20)
Deel 4:
In de twintigste eeuw heeft zich in het huishouden een ware
industriële revolutie voltrokken. Huishoudelijke apparatuur en
industrieel voorbewerkte voedingsmiddelen zijn steeds meer huishoudelijke
handarbeid gaan vervangen. De komst van de stofzuiger, het strijkijzer, de
wasmachine, de koelkast, kindervoeding en luiers hebben de aard van het
huishoudelijke werk ingrijpend veranderd. In de periode 1890-1920 was
vooral sprake van een uitbreiding van het aanbod aan commerciële
diensten. In de periode 1920-1930 werd vanuit de industrie een
moderniseringsoffensief ingezet. De oorlogsjaren betekenden vooral voor
stedelijke huishoudens een teruggrijpen op huishoudelijke praktijken die
allang waren verlaten, zoals bijvoorbeeld het zelf wecken van groente. In
de periode 1950 tot 1960 waren het de welgestelde huishoudens die zich de
aanschaf van apparatuur konden veroorloven. Na 1960 maakte de gestegen
welvaart huishoudelijke apparaten toegankelijk voor brede lagen van de
bevolking. Naast de technologische revolutie in het huishouden is in de
loop van de twintigste eeuw 'het' huishouden zelf ook ingrijpend
veranderd. Ten eerste zijn er meer inwoners en ten tweede zijn de gezinnen
steeds kleiner geworden en het aantal gezinnen steeds groter. De groei van
het aantal gezinnen betekende een vergroting van het afzetgebied van
huishoudelijke apparatuur voor Nederlandse bedrijven. De cluster
onderzoekt ontwikkelingen in het huishouden en in de huishoudtechnologie
langs twee lijnen. De eerste lijn is de historische ontwikkeling van
beslisstrategieën in het huishouden inzake de aanschaf en gebruik van
(arbeidsbesparende) techniek. De tweede lijn is de veranderende relatie
tussen technologisch ontwerp en gebruik(er).
Redacteur: dr. R. Oldenziel,
Auteurs/onderzoekers: drs. M. Berendsen, drs. F. de Bruijn, drs. I.
Cieraad, drs. C. van Dorst, drs. H. Drogendijk, R. Hofman, drs. M. Veenis
Vanaf het midden van de negentiende eeuw werden technische hulpmiddelen
steeds belangrijker in de geneeskunde, zowel bij diagnostiek als op het
terrein van de therapie en de instandhouding van levensfuncties. Op dit
moment zijn de westerse geneeskunde en gezondheidszorg voor hun
functioneren geheel afhankelijk van een sterk gedifferentieerd stelsel van
technisch-sociale subsystemen en vloeien vrijwel alle nieuwe diagnostische
en therapeutische successen uit (medisch-) technologische innovaties
voort.
De groeiende invloed van de techniek in de gezondheidszorg heeft tot
een buitengewoon grote complexiteit in het moderne gezondheidssysteem
gezorgd. Deze complexiteit maakte nieuwe vormen van overheidsregulering
noodzakelijk. De moderne techniekontwikkeling heeft echter ook vragen
opgeroepen over zowel de toenemende kosten van de gezondheidszorg als de
zinvolheid van een groot aantal medisch-technische interventies bij ziekte
en levensbedreigende situaties. Deze cluster tracht de achtergronden van
het ontstaan van het moderne technologische georiënteerde
gezondheidssystemen in het algemeen en enkele medisch-technische
ontwikkelingen in het bijzonder in kaart te brengen en na te gaan hoe de
medische techniek en de rest van de Nederlandse samenleving met elkaar
verweven zijn geraakt.
Redacteur: prof.dr. E.S. Houwaart
Auteurs/onderzoekers: drs. B. Grob, drs. S. Kruisinga
Bestellen
(graag aangeven of u zich eventueel voor de gehele serie wilt inschrijven)
|
|
Techniek in Nederland in de 20 Eeuw (TIN-20)
Deel 1: Waterstaat, kantoor en informatietechnologie
Deel 2: Delfstoffenwinning, energie en chemie
Deel 3: Landbouw en voeding
Deel 4: Huishouden en medische techniek
Deel 5: Transport en communicatie
Deel 6: Stad, bouw en industriële productie
Deel 7: Techniek en modernisering, balans ven de 20e
eeuw.

Overzicht uit TIN20 voortgekomen
publicaties
|