Techniek in Nederland in de 20 Eeuw (TIN-20)
Deel 6:
Hoewel technologie en steden van oudsher onlosmakelijk verbonden zijn,
kreeg de symbiose in de negentiende eeuw een andere inhoud en vorm. Met de
komst van de industrialisatie en de urbanisatie, de ontwikkeling van
nieuwe technische kennis en de ruimere beschikbaarheid van kapitaal kwam
een stedelijke infrastructuur van gekoppelde sociaal-technische netwerken
tot stand die de drager van de contemporaine stad vormt.
Sociaal-economische processen van 'verdichting' en 'intensivering' in de
context van de industriële stad versnelden de ontwikkeling van
technologieën op het gebied van hygiëne, energie, transport en
communicatie en maakten onderlinge afstemming en planning noodzakelijk.
Met de toenemende coördinatie en planning raakten technieken en
voorzieningen verknoopt en ontwikkelden zich sociaal-technische netwerken
die een eigen, specifiek stedelijk karakter hebben wat betreft hun opbouw,
kenmerken en locatie.
Centraal in de onderzoekscluster 'stad' staat zowel de bestudering van
de invloed van de betreffende technieken op het stedelijk leven, als de
uitwerking van de stad op techniekontwikkeling, ofwel de interactie tussen
'locus' stad en techniekontwikkeling tot stedelijke technologie. De
aandacht gaat hierbij vooral uit naar de onderling afstemming van
stedelijke voorzieningen, bestaande technieken en nieuwe technieken. De
afstemming van deze voorzieningen werd onderwerp van stedelijke politiek,
planning en beheer. De sturing van de stedelijke technieken is een vitaal
en noodzakelijk component van de contemporaine 'networked city' met zijn
complexe en innig verweven fysieke infrastructuur.
Redacteur: dr. C. Disco
Auteurs/onderzoekers: dr. A.A. van de Bogaard, drs. H. Buiter, drs. J.
Koenen, ir. F.V. van der Most, drs. J.A. Schueler, prof.dr. E.R.M. Taverne
De cluster Bouw analyseert de veranderingen in de bouwtechniek zoals
die zich in de twintigste eeuw voordeden. In het onderzoek dat binnen deze
cluster wordt verricht, wordt nagegaan op welke wijze bouweisen tot stand
kwamen en hoe de wisselwerking was tussen de veranderende opvattingen over
de kwaliteit van het woningbestand, het leefmilieu en de
techniekontwikkeling. Zo gingen vrouwenorganisaties op het gebied van de
woningbouw zich in toenemende mate bemoeien met de bewoonbaarheid en
praktische bruikbaarheid van woningontwerp en materiaalgebruik. Speciale
aandacht wordt besteed aan het ontstaan en de verspreiding van
functionalistische ontwerp- en productieprincipes (die resulteerden in de
toepassing van de naoorlogse systeembouw), ontwikkelingen binnen de
productieketen en de taakverdeling op de bouwplaats en de concurrentie
tussen hout en kunststof.
Redacteur: dr. E.M.L. Bervoets
Auteurs/onderzoekers: drs. E. Berkers, ir. F.C.A. Veraart, dr. J.L.
Schippers, drs. M. Th. Wilmink
De cluster Industriële productietechniek probeert inzicht te krijgen
in de inrichting van industriële productieprocessen in de twintigste eeuw
door innovaties op dit gebied binnen het Nederlandse bedrijfsleven te
bestuderen. De cluster besteedt niet alleen aandacht aan de veranderingen
zelf, maar ook aan de gevolgen ervan op het gebied van onder meer arbeid,
onderwijs en milieu. Om inzicht te krijgen in de concrete historische
werkelijkheid zal speciaal aandacht worden geschonken aan de scheepsbouw,
de Eindhovense Philipsfabrieken en de grafische industrie.
Redacteur: dr. M. Davids
Overige betrokkenen: dr. P. Baggen, dr. A. A. Lemmers
Bestellen
(graag aangeven of u zich eventueel voor de gehele serie wilt inschrijven)
|
|
Techniek in Nederland in de 20 Eeuw (TIN-20)
Deel 1: Waterstaat, kantoor en informatietechnologie
Deel 2: Delfstoffenwinning, energie en chemie
Deel 3: Landbouw en voeding
Deel 4: Huishouden en medische techniek
Deel 5: Transport en communicatie
Deel 6: Stad, bouw en industriële productie
Deel 7: Techniek en modernisering, balans ven de 20e
eeuw.

Overzicht uit TIN20 voortgekomen
publicaties
|