Projecten
De projecten van de Stichting Historie der Techniek kunnen worden ingedeeld in de volgende categorieën:
Een nieuwe geschiedenis van Europa
Sinds 1999 coördineert de SHT de realisatie van de onderzoeksagenda van het Tensions of Europe onderzoeksnetwerk; een netwerk van ruim 250 wetenschappers uit vrijwel alle Europese landen en de Verenigde Staten. Inhoudelijk richt het netwerk zich op de historische ontwikkeling van infrastructuren, het ontstaan van transnationale technologische samenwerkingsverbanden en de circulatie van goederen, systemen, kennis en mensen.
Lopende individuele projecten:
- Geschiedenis Unilever Research & Development Vlaardingen
- Ontwikkeling Nederlandse polymeerwetenschap van 1945-2010
- Katalyse
- Geschiedenis TNO
- Innovaties in het Midden- en Kleinbedrijf
- Geschiedenis van de software in Nederland
Nederlandse techniekgeschiedenis
Van 1994 tot en met 2003 werkte de SHT aan het nationale onderzoeks- en publicatieprogramma Techniek in Nederland in de twintigste eeuw (TIN-20). Een zevendelige serie overzichtswerken over de wisselwerking tussen maatschappelijke en technische ontwikkelingen gedurende de twintigste eeuw vormde de bekroning van dit project. Eerder voltooide de stichting al de serie Geschiedenis van de techniek in Nederland, De wording van een moderne samenleving 1800-1890 (TIN-19). Deze serie geeft een overzicht van de technische ontwikkelingen in Nederland in de negentiende eeuw.
Afgeronde individuele projecten
In opdracht van bedrijven, overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties voert de Stichting Historie der Techniek historisch onderzoek uit. Vaak resulteert dit in een (jubileum)boek, rapport of een tentoonstelling. Soms wordt historisch onderzoek ook ingezet in het kader van beleidsstudies, om lange termijntrends en innovatiebevorderende factoren zichtbaar te maken die van belang zijn bij het bepalen van de beleidsruimte voor de toekomst.
Kennisoverdracht
De SHT streeft er naar verzamelde kennis en inzichten via verschillende media toegankelijk te maken voor een zo gevarieerd mogelijk publiek. Dit wordt gedaan via websites, lesmateriaal en artikelen in allerlei tijdschriften.