R&D in de Nederlandse zuivelindustrie

FrieslandCampina bestaat sinds 2008. Het heeft echter een geschiedenis van ruim honderd jaar. De wortels van de nu wereldwijd opererende voedselproducent liggen in de eind 19e-eeuwse lokale coöperatieve boterfabriekjes. Vanuit de samenwerking in de boter- en kaasfabricage werden in de twintigste eeuw nieuwe producten en afzetmarkten gezocht... en gevonden, want het huidige productassortiment is even divers als de landen en hun culturen waarnaar wordt geëxporteerd.

De ontwikkeling van FrieslandCampina voltrok zich in een aantal fasen: periodes van innovatie, van opschaling en fusies, van strategieverandering en van doodlopende wegen, van kansen die werden aangegrepen en van omstandigheden die tegenwerkten. Kortom, de geschiedenis van FrieslandCampina is geen vooraf geplande, strakke en rechte weg maar een continu veranderend en fascinerend landschap van mensen, hun ideeën en hun keuzes.

Ideeën vormden zich en keuzes werden gemaakt op basis van kennis. Kennis van producten en van productietechnieken. Maar ook kennis van wet- en regelgeving, van de grondstoffenmarkt en van consumentengedrag. Bovendien moest expertise over voedselkwaliteit, voedselveiligheid en (later ook) aspecten van duurzaamheid in de diverse productiefases worden opgebouwd. Hoe gebeurde dat?

De Stichting Historie der Techniek (SHT) heeft met steun van FrieslandCampina techniek-historisch onderzoek uitgevoerd naar kennis en innovatie bij het bedrijf en zijn voorlopers. Hoe kwam men aan de verschillende soorten kennis? Wat ontwikkelde men zelf in eigen R&D-laboratoria? Wat werd van buiten gehaald? Waaraan en waarom werkte men samen met het Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek (NIZO) en andere coöperatieve onderzoeksinstellingen? Hoe werd al die kennis te gelde gemaakt, gevaloriseerd, in nieuwe of verbeterde producten en fabricageprocessen?

Het onderzoek bestrijkt de lange geschiedenis van het bedrijf. Door bovendien naar de hele productiekolom te kijken en steeds een relatie te leggen met de veranderende context wordt een wijds landschap geschilderd. Een landschap van landbouw en industrie, waarin een verhaal zichtbaar wordt van veranderende prioriteiten, keerpunten en van grote maatschappelijke processen. Een verhaal geconstrueerd rond boter, kaas en kunstwol, rond ‘condens’, koffiemelk en coldrink, rond tetrapak en tonic. Een verhaal waarin onderzoekagenda’s, hun drivers, de uitvoering en de uitkomsten ervan gevolgd worden.

In 1948 werd het Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek (N.I.Z.O.) opgericht. De doelstelling ervan was om de Nederlandse zuivelindustrie door middel van wetenschappelijk onderzoek naar een hoger plan te tillen. De productie van veilige, aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige zuivelproducten op een moderne, concurrerende manier moest de binnenlandse zuivelconsumptie én de export van Nederlandse zuivel bevorderen. Met zijn wortels in de Nederlandse zuivelsector is het N.I.Z.O. in 65 jaar tijd uitgegroeid tot een vooraanstaand onderzoeksinstituut voor de wereldwijde voedingsindustrie. Om de verbreding van zijn activiteiten te accentueren is de naam van het in Ede gevestigde instituut veranderd in NIZO. De SHT heeft de rol van NIZO binnen de zuivelindustrie onderzocht.

Het onderzoek naar FrieslandCampina en NIZO geeft een nieuwe dimensie aan de geschiedenis van research en innovatie in de zuivelindustrie en vormt de basis voor een vervolgpogramma.