Op zoek naar de eerste fietser van Nederland

7 mei 2012, Frank Veraart

De lente, al sinds jaar en dag de start van een nieuw fietsseizoen, met nieuwe fietsmodellen op de fiets- en wandelbeurs, de voorjaarsklassiekers en fietsvierdaagsen in het voorjaar en de zomer. Ook de dagelijkse rit op de fiets wordt elke dag prettiger met wat voorjaarszon.

De fiets is een nationaal Nederlands symbool en het fietsgebruik kent een ruime internationale belangstelling vanwege het duurzame karakter ervan. De nationale belangstelling is echter minder groots. Voor Nederlanders is fietsen te normaal om uitgebreid bij stil te staan. Bestuurlijke aandacht gaat eerder naar elektrische auto’s of naar maatregelen om de geprivatiseerde spoorwegen weer op het juiste pad te brengen. Over de fiets horen we nauwelijks iets. Dit geldt ook voor historische kennis over de fiets en het fietsgebruik. Naast de SHT studie over fietsverkeer en beleid moet Nederland het qua fietshistorie doen met decennia oude boekwerkjes uit antiquariaten en het alleraardigst tijdschrift ‘Het Rijwiel’ voor verzamelaars van historische fietsen.

Afgelopen zomer mocht ik me samen met Sue Yen Tjong bezig houden met onze nationale fietsgeschiedenis, in het kader van het SHT onderzoek naar innovaties in het midden- en kleinbedrijf. De fiets is geen Nederlandse vinding. De eerste fietsen kwamen uit het buitenland en dit riep dit de vraag op via welke kanalen de fiets zich in Nederland had verspreid. Wie waren de eerste Nederlandse fietsers en hoe was de fietsindustrie hier tot stand gekomen?

Volgens de bestaande fietsgeschiedenissen zou de eerste fietsindustrie en fietsclub in Deventer zijn ontstaan en van daaruit zou de fiets zich geleidelijk over Nederland hebben verspreid. Deventer! Een verassend en onverwacht startpunt voor de fietsgeschiedenis. Zou Deventer het Nederlandse ‘bike-valley’ van de 19e eeuw zijn geweest? En zijn er verbanden met deze stad en de eerste waarnemingen van de fiets in de eerste fietswedstrijden in Friesland en Limburg uit 1869? Of is de route van de fiets toch via andere wegen verlopen?

De recente digitalisering van vele Nederlandse kranten door Koninklijke Bibliotheek biedt historici toegang tot een schatkamer vol verrassende informatie. Dit leverde een eerste verrassing op. De zoekresultaten van het woord ‘velocipede’, de eerste benaming van de fiets, toonde artikelen uit de jaren ‘60 van de negentiende eeuw. Zou Nederland dan toch aan de wieg van de fiets hebben gestaan? Vélocipède verwees in deze artikelen echter naar een handpompwagentje dat een dramatische botsing had gehad met een trein. Het woord Vélocipède, kende voorheen dus een veel ruimere betekenis. Vélocipède verwees naar alle door menskracht aangedreven voertuigen, pompkarren, driewielers en later ook de bekende tweewielers.

Het achterhalen van de allereerste Nederlandse fietser bleek vrijwel onmogelijk. Zeer waarschijnlijk was het een van de bourgeois bezoekers van de Parijse wereldtentoonstelling, zoals Baron Otto F. Groeninx van Zoelen uit Ridderkerk. De eerste Nederlandse fietsclub, ‘Immer Weiter’, zou volgens de overleveringen zijn opgericht in 1871 door de jongens van de hogere burgerschool in Deventer. Notulen- en kasboekjes van deze club geven een inkijkje in de activiteiten en belangstelling van de eerste fietsers: hardrijden en zaalwedstrijden die leken op de hippische dressuur. De fietssport, een Britse sportinventie, was doorgedrongen tot in Deventer. Elders was de vonk al eerder overgesprongen. De locomotief, het Samarangsch handels- en advertentieblad van 24 februari 1869, berichtte over de nieuwe rage in Nederland: ‘Velocipèdes beginnen in Amsterdam in de mode te komen. Soms ziet men er drie, vier te gelijk in de Leidschestraat patrouilleren. Ook heeft zich een velocipede-club gevormd.’ Deze club is in geen enkele fietsgeschiedenis geboekstaafd, toch verraadt het bericht dat de Deventer scholieren waarschijnlijk niet de enigen waren die het fietsen in clubverband ter hand namen.

De diverse betekenissen van vélocipède speelden waarschijnlijk een belangrijke rol in de latere reconstructie van de fietsgeschiedenis. De vaak korte annonces van de eerste vélocipèdes maakten niet duidelijk of het om twee- of driewielers ging. Uit Nederlands oudste fietshistorie Een halve eeuw wielersport uit 1917 valt af te leiden dat in wedstrijden rond 1870 waarschijnlijk allerlei voertuigen het tegen elkaar opnamen. Fietsen werden geïmporteerd of door lokale smeden en wagenmakers vervaardigd. Het waren imitaties van geïmporteerde buitenlandse rijwielen of eigen bouwsels gemaakt aan de hand van schetsjes van klanten. Deventer smid Burgers was een van deze imitatoren. In de laatste decennia van de negentiende eeuw werd de fiets de specialiteit van zijn smederij, naast kinderwagens, wagens en hekwerken. Vanwege zijn lange geschiedenis met de fiets claimde hij de naam Eerste Nederlandse Rijwielindustrie.

De Franse en Britse rijwielen werden op veel verschillende plaatsen in Nederland opgepikt en verder ontwikkeld.  Deventer was een van de plaatsen waar door gebruikers en fabrikanten werd gepionierd met de fiets. Uniek materiaal bleef bewaard in de Deventer archieven en vormt de kern van de tentoonstelling Fietsenparade, van 1 juni t/m 28 oktober te zien in het Historisch Museum Deventer. Liefhebbers van het Nederlandse fietsen, gaat dat zien!

De fiets groeide in Nederland uit van een sportmiddel tot een algemeen transport- en vervoersmiddel. Dit vergde de ontwikkeling van nieuwe kennis en een aanpassing aan Nederlandse behoeften en omstandigheden. Verschillende organisaties hadden een hand in deze transformatie. Op welke wijze fabrikanten, gebruikers, de Algemene Nederlandse Wielrijdersbond (ANWB), de vereniging Rijwiel en Automobielindustrie (RAI), verenigingen van rijwielhandelaren en rijksnijverheidsdienst ons nationaal vervoermiddel vorm gaven, kunt u binnenkort lezen in ons artikel The bicycle, shaping of the Dutch national icon, innovation, knowledge and mediation in Dutch bicycle businesses 1870-1940.

Immer Weiter

De Deventer velocipede club "Immer Weiter" van 1871. Met dank aan Giel van Hooff.

Terug..

Reacties

Aad (12/09/13)

Er staat me iets bij dat de Apeldoornse Velocipedeclub kort na de oprichting is verhuisd naar Brummen. In dit artikel staan een aantal onderbouwde argumenten die wellicht aanknopingspunten bieden. http://www.desportwereld.nl/uploads/files/Archief%20Magazine%20PDF/DeSportwereld%2048%20-%20lente%202008.pdf Overigens kan ik me ook niet voorstellen dat er in Apeldoorn tussen 1873 en 1886 geen activiteiten waren. Aan de andere kant lag Deventer niet ver weg en Immer Weiter had een goede aantrekkingskracht. Vr. Groet, Aad.

Jan (09/10/13)

Mooi artikel! Fietsen blijft geweldig!

Dirk van Zoest (06/08/13)

Beste heer Veraart, Ik ben bezig met een onderzoek naar het Apeldoornse verenigingsleven rond 1870-1885. Apeldoorn had i.i.g. in 1872 en 73 een Vélocipèdeclub genaamd Voorwaarts . Is u iets bekend over wat er na die tijd is gebeurd. In 1886 is er plots een Apeldoornse vélocipèdeclub met de naam "la Vitesse". Ik kan mij niet voorstellen dat de Apeldoornse fietsliefhebber het jaren zonder gedaan hebben. Met vriendelijke groet, Dirk van Zoest

Reageren

Naam:
Email:
Reactie:

* Alle velden zijn verplicht

Herhaal de letters en cijfers (om automatische berichten te voorkomen)

This form is generated by FormHandler