Gedreven door nieuwsgierigheid. Een selectie uit 50 jaar TUe-onderzoek

Vijftig jaar onderzoek aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) heeft veel opgeleverd. Maar wat precies? Prof.dr.ir. Harry Lintsen en dr. Hans Schippers concluderen na een analyse van 28 onderzoeksprojecten dat het de afgestudeerde ingenieurs zijn die met de toepassing van opgedane kennis de meeste waarde creëren. Paradoxaal genoeg vormt hiermee het onderwijs de grootste maatschappelijke bijdrage van het onderzoek. 

Het boek geeft een impressie van het rijke en veelzijdige onderzoek van de TU/e in de afgelopen vijftig jaar. Er zijn 28 onderzoeksprojecten geselecteerd, waarbij het accent ligt op het meer toepassingsgerichte onderzoek. Het boek verhaalt over glasvezelkabels, zuivering van afvalslip, polymeren, techniek voor senioren, botsende auto's, het bestrijden van vertraging bij vliegreizen, plastic zonnecellen, de akoestiek van concertzalen, storingvrije communicatie met satellieten, het bouwen met bamboe en legio andere onderwerpen. Nieuwsgierigheid blijkt voor alle onderzoekers de drijfveer te zijn. Gedreven door nieuwsgierigheid geeft ook uitgebreid ruimte aan vragen: Wat is het maatschappelijk nut van het TU/e-onderzoek? Is er iets te zeggen over de economische opbrengst? Wat is de betekenis voor de regio? Zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek te meten?

De TU/e maakte tussen 1970 en 1990 evenals andere universiteiten een ingrijpende verandering door. Tot 1970 was de TU/e een onderwijsuniversiteit. Zij leidde toekomstige ingenieurs tot onderzoeker en ontwerper. Het onderzoek was sterk onderwijsgebonden. Onderzoek was niet het doel op zichzelf maar moest ten goede komen aan de ingenieursopleiding. Sinds 1990 is de TU/e op weg naar een sterke onderzoeksuniversiteit. Het onderzoek is veel minder onderwijsgebonden en kent een eigen dynamiek. Het krijgt zijn vorm in de competitieve omgeving van gesubsidieerd en contractonderzoek. Deze omslag heeft de TU/e zeker geen windeieren gelegd. Het aantal wetenschappelijke publicaties van de TU/e is in de afgelopen 25 jaar verzesvoudigd, en per onderzoeker meer dan verdubbeld. Daarnaast behoort de TU/e wat betreft de ‘citatie-impactscore’ tot de top drie van de Europese Unie. Deze score is een goede indicator voor de kwaliteit van het onderzoek.

De kwaliteit van het TU/e-onderzoek is onomstreden, maar hoe zit het met het maatschappelijke en economisch nut. Kennisvalorisatie, zoals dat in bestuurlijk jargon heet, blijkt in de praktijk een weerbarstige materie te zijn. Technische ontwikkeling is een voortdurend zoek- en leerproces. Niet maatschappelijke toepassing en economisch voordeel staan centraal, maar het experimenteren met onzekere opties, het opdoen van nieuwe inzichten en het opsporen van perspectiefvolle doorgangen. Het te gelde maken van onderzoek is niet of nauwelijks het werk van universiteiten, maar van anderen. Wat de TU/e ook doet, is een bijdrage leveren aan de internationale kennisvoorraad. Die kennis vindt zijn weg naar de praktijk via allerlei ondoorgrondelijke en onverwachte routes.

Nog veel belangrijker is de constatering dat het aftappen van die internationale kennisvoorraad voor Nederland van levensbelang is. Het mondiale onderzoek is namelijk vele malen groter dan dat van de TU/e en de Nederlandse universiteiten. Wie mobiliseert nu al die kennis voor innovaties in ondernemingen, ziekenhuizen, energiebedrijven etc.? Dat kan alleen met mensen die daar speciaal in getraind zijn, bijvoorbeeld de ingenieurs van de TU/e. Via de onderzoekers van wie generaties TU/e-ingenieurs colleges hebben gekregen, maken zij kennis met de 'state of art' van de technische discipline en de meest recente resultaten van het technisch-wetenschappelijk onderzoek. Zij passen die kennis toe en zorgen daarmee voor de grootste economische betekenis van het TU/e-onderzoek. 

Auteur:
Harry Lintsen en Hans Schippers
Jaar:
2006
Uitgever:
Stichting Historie der Techniek - Technische Universiteit Eindhoven
ISBN:
97319-90-782-28-7
Pagina's:
399
Prijs:
24,50