Schiphol. Haven, station, knooppunt sinds 1916

De luchthaven Schiphol is behalve nationale trots ook voorwerp van heftig maatschappelijk debat. De grondslag daarvan werd als ver vóór de oorlog gelegd. Dat gebeurde niet alleen in de koloniale politiek en de daarmee verstrengelde ontwikkeling van de KLM, maar ook heel letterlijk: in de vorm van een infrastructuur en een vervlechting van de meest uiteenlopende technologieën. In de hier gepresenteerde technische geschiedenis van Schiphol wordt met name dit laatste aspect geanalyseerd,: hoe ontstond het ‘knooppunt Schiphol’, als overslagpunt van vervoerstromen tussen land en lucht, én als concentratiepunt van de technische afhandeling van passagiers, bagage en vracht, de regie en luchtverkeersleiding, operationele diensten en hoogwaardig winkelen en het beheer van onroerend goed. Wie bepaalde de plaats en de vorm van deze  ‘luchtvaartstad’ter grootte van Utrecht, met het energieverbruik van Haarlem een bevolking op piekdagen à la Eindhoven? Waar stond Schiphol Group en zijn voorlopers in het krachtenspel tussen cultuur, politiek, sociale krachten en techniek?

Schiphol. Haven, station, knooppunt probeert op deze vragen een antwoord te formuleren. Het wijkt daarmee af van de gangbare literatuur over het luchtvaartbedrijf, dat het accent meestal legt op het vliegen en de luchtvaartcultuur. Deze technische geschiedenis van een nationale luchthaven speelt zich echter af op de grond, en gaat in op de spanning die er sinds het begin van de jaren twintig bestond tussen Schiphol als droge haven en Schiphol als station. Zij documenteert de geleidelijke verschuiving van ‘luchtzijde’ naar ‘landzijde’, van een paradijs voor ingenieurs naar een modern management dat een belangrijk deel van zijn inkomsten haalt uit verhuur van gebouwen, parkeergelden en toerisme.

Auteur:
Gijs Mom, Marc Dierikx, Adrienne van den Bogaard en Charley Werff
Jaar:
1999
Uitgever:
Walburg Pers
ISBN:
978-90-573-0084-4
Pagina's:
127
Prijs:
22,46