Deel I. Waterstaat, kantoor en informatietechnologie

Waterstaat

Zorg voor de waterstaat is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse techniekgeschiedenis. In het kader van waterkering, peilbeheer en afwatering zijn door de eeuwen heen veel vernuftige technieken en constructies ontworpen en toegepast. Daarnaast zijn ten behoeve van een geregelde scheepsvaart rivieren verbeterd, kanalen en schutsluizen aangelegd, en havens gebouwd en op diepte gehouden. Deze inspanningen legden de basis voor een toename in welvaart en rijkdom.

In de loop van de negentiende eeuw, met de stichting en uitbreiding van Rijkswaterstaat, maakte de waterstaatszorg een beslissende wending naar centralisme. Rond 1970 ontstond zelfs maatschappelijk verzet tegen enkele grote waterstaatsprojecten en moest het klassieke parool van 'kunnen we wat we willen' plaats maken voor de vraag: ' willen we wat we kunnen?'. Meer dan voorheen werden de technieken van waterstaatszorg gestandaardiseerd en werden omvangrijke regionale systemen van waterbeheersing ontworpen en uitgevoerd.

Nieuwe technieken zoals gewapend- en voorgespannen betonbouw, caissons en grondverzetmachines maakten het mogelijk om grotere en complexere kunstwerken te bouwen. Dit toegenomen technische vermogen vond zijn evenknie in toegenomen technische ambities. Deze wisselwerking, gesteund door gericht technisch-wetenschappelijk onderzoek, zorgde voor een permanent leerproces zowel op het vlak van technische middelen en maatschappelijke behoeften en effecten. In de twintigste eeuw maakte daarom rond 1970 het credo 'kunnen we wat we willen?' plaats voor de vraag 'willen we wat we kunnen?' Deze cluster tracht de achtergronden van deze omwenteling in het algemeen, en op enkele waterstaatsgebieden in het bijzonder, in kaart te brengen en te doorgronden.

Redacteur: dr. C. Disco

Auteurs/onderzoekers: drs. E. Berkers, dr. M.L. ten Horn - van Nispen, prof.dr.ir. H.W. Lintsen

 

Kantoor en informatietechnologie

Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw is in Nederland, evenals in veel andere westerse landen, de kantoorsector sterk gegroeid. De opkomst van deze sector vormde een belangrijk element in de transformatie van de industriële maatschappij naar een kennisintensieve dienstenmaatschappij. Bedrijven waarvan het hoofdproces administratief van aard was, zoals banken, verzekeringsbedrijven en overheidsdiensten, namen in omvang en belang sterk toe. Daarnaast creëerde het management van industriële, handels-, transport- en nutsbedrijven grote administratieve afdelingen binnen hun organisaties. Er verrezen nieuwe kantoorgebouwen, aanvankelijk vooral in het centrum van grote steden en dicht bij elkaar om onderlinge communicatie te vergemakkelijken. Binnen deze kantoren werd een groot aantal technische innovaties toegepast: typemachines, kaartsystemen, adresseermachines, telefoon, dicteer- en kopieerapparaten, enz. De belangrijkste technische innovatie was wel de introductie van de computer. De clustertekst laat zien dat apparaten als de boekhoudmachine en de ponskaartmachine de wegbereiders van de computer waren. Het kantoor bleek een goed voorbeeld te zijn van een 'innovatieknooppunt', de ene innovatie lokte de andere innovatie uit en beïnvloedde deze.

Technische innovaties in het kantoor gingen doorgaans gepaard met verandering van de arbeidsorganisatie en de ontwikkeling van nieuwe procedures voor de verwerking van informatie. Daarnaast is de ontwikkeling van het kantoor interessant vanwege de functie in het proces van professionalisering van het management van bedrijven, een typische twintigste-eeuwse ontwikkeling. De kantoorwereld sloot zich niet af voor de maatschappelijke gevolgen van de techniek, maar voerde er ook geëngageerde discussies over.

De cluster Kantoor behandelt de geschiedenis van het kantoor en van kantoortechniek in zijn onderlinge samenhang. De cluster kent drie deelonderzoeken, die betrekking hebben op

  • het aanbod van administratieve techniek tussen 1870 en 1970;
  • het kantoor en de toepassing van kantoortechniek tussen 1870 en 1945;
  • het kantoor en de toepassing van kantoor- en informatietechnologie tussen 1945 en 1970.

Redacteur: dr.ir. J.C.M. van den Ende

Auteurs/onderzoekers: drs. H. Buiter, dr. M.L.J. Dierikx, drs. T.M.M. van Hoorn, dr.ir. E.C.J. van Oost, drs. M.J.M. Put, dr. O. de Wit

 

ISBN Deel I  9789057300363